Provence: per 2CV door de Luberon
24 januari 2011 13:40
Maak een tocht door Zuid-Frankrijk met een Lelijke Eend, het symbool van het Franse platteland.
Tekst Cathelijne van Vliet
Fotografie Laurent Giraudou
TOEREN IN EEN DEUCHE
De eerste kennismaking verloopt niet zo romantisch als verwacht. Bij het instappen blijft m’n korte broek haken en scheurt meedogenloos open, van boven naar beneden. Na een haastige verkleedpartij zoek ik dekking op de voorbank, maar de knalrode 2CV heeft een tweede verrassing. Een gloeiend hete zitting brandt mijn benen, want de auto stond in de volle zon op ons te wachten. Op weg dan maar. De versnellingspook lijkt onlogisch en sturen gaat zwaar. Na tien minuten schokkend en krakend rijden waait m’n geliefde pet af, die door het open dak voorgoed in de Provençaalse velden verdwijnt.
Maar eenmaal onderweg lijkt de Eend er toch zin in te krijgen. De 2CV snort als een tevreden dikke, rode kater over de landwegen. Dankzij het open dak ruiken we de lavendel al voordat we nog maar één plantje zien. We horen het eigenaardige geknor van de bijeneter al voordat we het felgekleurde vogeltje langs zien zweven. Dit begint ergens op te lijken. Af en toe landt er een insect in ons oog en mijn haar zit al na de eerste kilometer in een vogelverschrikkercoupe, maar die vrije wind om je oren zorgt ook voor een gevoel van totale ontspanning.
Het routeboek laat ons stoppen in Gordes, maar waarschuwt wel voor veel andere bezoekers. Achter de schilderachtige façade van dit dorp, dat beschouwd wordt als een van de mooiste van Frankrijk, hebben inderdaad te keurige restaurants, te veel souvenirwinkels en Engelssprekende makelaars de kruideniers verdrongen. Bovendien moet je er betalen om te parkeren. Dit is geen plek waar een rammelende 2CV zich thuis voelt. Doorrijden dus naar Isle-sur-la-Sorgue, het beroemde antiekdorp waar 250 handelaren oude meubels, stoffen, opgezette uilen, Ricardkannetjes en andere vondsten van Franse zolders verkopen. Stof prikkelt je neus en de donkere winkeltjes prikkelen je fantasie.
Slingerweggetjes brengen ons verder naar een stil dorp waar de postbode ons toezwaait en waar we abrupt moeten remmen voor een slapende hond, midden in de hoofdstraat. De clichématige Zuid-Franse ansichtkaart komt hier tot leven. We drinken er een ijskoude menthe à l’eau naast een familie die zich aan het voorbereiden is op haar zondagse lunch. De mannelijke leden van het gezelschap hebben al goedkeurend naar de Eend gewezen en staan op het punt zich om te draaien voor een autopraatje. Dan begint de sirene voor de vrijwillige brandweer te loeien. Het hele terras luistert gespannen hoe vaak. “Als ’ie één keer gaat, is er iemand in de problemen.” De sirene gilt nog een keer. “Ah! Un accident!” En nog een keer: “Ah! Drie keer, dan is er bosbrand. Het begint vroeg dit jaar.” Maar de sirene blijft loeien. Verwarring alom. “Il est en panne?” “C’est la guerre?” wordt geopperd. “Mais non, een pompier uit ons dorp is net getrouwd,” roept de ober door het geloei heen. Ah! Bien sûr!
Als Eendbestuurder kom je twee typen soortgenoten tegen. De inzittenden van een glimmende, gerestaureerde Eend beginnen een wild feest van herkenning: toeteren, met de lichten knipperen en enthousiast zwaaien. Minder vaak passeer je een Eend zoals hij eigenlijk hoort: stoffig, verschoten, verontrustend gammel en bestuurd door een oudere boer die met zijn neus bijna op het stuur voor zich uit tuurt en niet begrijpt waarom die malloten naar hem zwaaien.
Tussen de dorpen, op weggetjes van vroeger, verschijnt de zomerse Provence op haar best. Links lavendel, rechts balen hooi en gele bloemen die naar honing ruiken. Geen airco, geen TomTom, geen stuurbekrachtiging. Maar ook geen haast en geen getoeter van auto’s achter ons, want de Eend is in Frankrijk een beetje heilig. Iedereen weet dat hij niet hard kan. We worden ingehaald met een glimlach en soms zelfs met opgestoken duim.
De 2CV van Citroën werd zestig jaar geleden geboren en was bedoeld voor stoere plattelandbewoners die er eieren in een mand mee moesten kunnen vervoeren over ruig land. Twee boeren en vijftig liter wijn of een schaap moesten erin passen. Z’n uiterlijk was niet belangrijk, dat hij goedkoop en zuinig was wel. Het werd een soort paraplu op wieltjes. Een journalist noemde hem ‘het lelijke eendje’ van Citroën en sindsdien heet hij zo in Nederland. De Belgen noemen hem ‘het wippertje’ en om onduidelijke reden ook ‘de geit’. De Fransen hielden het op 2CV dat staat voor deux chevaux vapeur (twee stoompaarden), de Franse maateenheid voor de wegenbelasting. De echte liefhebbers noemen ‘m echter deuche. Het werd de auto van plattelandsdokters, postbodes en kunstenaars die er in de beginjaren ter promotie gratis in mochten rijden. Het eendje werd zo populair dat er een wachtlijst ontstond. In 1990 werd de laatste gemaakt en sindsdien zijn de prijzen gestegen tot zo’n 15 duizend euro voor een perfect gerestaureerd exemplaar; de prijs voor het stillen van een verlangen naar vroeger.
In Sault slaan we een picknick in. Het dorp steekt hoog boven lavendelweiden uit en heeft opvallend weinig toeristen voor zoveel charme en lavendel, en opvallend veel fantasierijke bakkers en slagers. Kleurige noga, kazen, lavendelkoeken en fotogeniek bungelende worsten sieren de etalages. Op de parkeerplaats rent een glunderende Fransman op ons af. “Quelle belle deuche!” Zijn witte baardje wipt mee op zijn enthousiasme. Hij loopt om de auto heen en streelt hem liefdevol. “Solide comme un roc.” Hij maakt een paar foto’s. Als jonge vader had hij een 2CV. “Kinderen op elkaar proppen op de achterbank en dan de heuvel op scheuren. De ideale overgeefauto. Toen de auto met pensioen ging, schroefden m’n kinderen de banken los en gebruikten ze ze als stoel in hun studentenkamers. Dat was cool. Tegenwoordig is de Eend een gevaar op de weg of hij is zo mooi opgeknapt dat hij alleen te betalen is voor stadsyuppen. Als je bedenkt dat het de eerste Franse auto voor het gewone volk was, is dat wel gek. Maar ja, la deuche is een belangrijk deel van het Franse erfgoed dus het is goed dat hij op deze manier bewaard blijft.” Als we wegrijden, roept hij ons nog iets na, maar we verstaan hem niet door het gebrom van de motor, dat net als dat van de Harley Davidson en de Duitse Kever onmiskenbaar is.
Het ene perfecte picknickveldje na het andere duikt op. Aan de kant van de weg zien we een halfvergaan reclamebord en een wankel tafeltje met lavendelolie en -honing. De bijbehorende boer ligt onder een boom te slapen. Hij krabbelt overeind, hijst z’n broek op en wiebelt samen met zes blaffende honden naar ons toe. “Alors, c’est les vacances?” roept hij en wijst naar de auto. We kopen een minipotje lavendelhoning voor de woekerprijs van 7 euro. De schuld van onze glimmende cultauto? Hij steekt zijn hand uit. “En graag een euro voor een pastis. Die heb ik nog niet gehad vandaag.” We geven het hem. Als dank somt hij op: “Lavendel verdrijft wormen, werkt kalmerend, verlaagt de bloeddruk.” En dan heeft hij geen zin meer. “Hier, lees maar.” Hij drukt ons een verfomfaaid blaadje met lavendeluitleg in de hand. “Lavendel kan toveren, madame! Het is voor alles goed.” Hij aarzelt even. “Mag ik misschien een stukje met u meerijden naar het dorp voor mijn pastis?” Hij grijnst alle vier minuten lang die hij achterin met ons mee wiebelt.
We rijden de hele rit met blote voeten. Staand plukken we kersen vanuit het open dak. Het cliché ‘vrijheid met je haren in de wind’ klopt. De Eend symboliseert een levensstijl die misschien wel die van het oude Frankrijk is. Na de strubbelingen bij onze kennismaking hebben we vriendschap gesloten met onze deuche. Wat lijken eigenlijk alle moderne auto’s afschuwelijk veel op elkaar. Na een paar dagen Eend voelt de airco prettig in de logische, gemakkelijke maar zo saaie eigen auto. Maar het ontspannen hippiegevoel is weg. Dat is achtergebleven in de verende stoelen van de Eend.
Met een Eend door de Provence
Huureeneend.nl, opgericht door de Nederlanders Rien Tilstra en Mark Hukema, organiseert in Zuid-Frankrijk tochten met een Lelijke Eend, hét symbool van het Franse platteland. De ontdekkingsreis van acht dagen door de mooiste delen van de Provence is zorgvuldig samengesteld. De routes zijn pittoresk en leiden langs interessante bezienswaardigheden. Alles komt voorbij: stille en drukke dorpen, rotspartijen en bossen, slaperige velden, kloosters, musea en winkeltjes. Maar ook een dag luieren aan een zwembad past in het programma. De afstanden variëren van zestig tot 125 kilometer per dag. Onderweg verblijf je in sfeervolle hotels of chambres d’hôtes die al voor je gereserveerd zijn. De 2CV staat klaar bij het eerste hotel. Behalve een picknickmand en koelbox ligt er in de Eend een gedetailleerd routeboek met kaarten, tips en informatie over de streek: markten, goede restaurants, wandelingen en bezienswaardigheden. Zie www.huureend.nl.
Onze dagtocht voerde langs:
- Murs. Prettig ontoeristisch, onbedorven klein dorp met een kasteel.
- Roussillon. Bekend om de spectaculaire voormalige okergroeve, waar je doorheen kunt wandelen, en de schitterende okerkleurige huizen.
- Isle-sur-la-Sorgue. Eén en al brocante: het op één na grootste antiekdorp van Frankrijk.
- Fontaine de Vaucluse. Mooi, maar toeristisch dorp met een indrukwekkend museum over het verzet van de Fransen in de Tweede Wereldoorlog en een mysterieuze bron waarvan men de oorsprong niet kent.
- Gordes. Meest toeristische plek van de streek, vol kunstgaleries en goede restaurants, met fantastisch mooie ligging,
- Le village des bories. Gehucht van stenen hutten uit de veertiende tot de negentiende eeuw. In de bories die als woning werden gebruikt, kun je zien hoe de boeren en herders leefden: gaten in de muren deden dienst als kasten.
- de abdij van Sénanque. Een van de mooiste cisterciënzer kloosters van Zuid-Frankrijk.
- Venasque. Hooggelegen dorp met veel charme en mooie torens.
- Gorges de Nesque. Prachtige, woeste kloof met diepe afgronden
- Sault. Mooi dorp tussen de lavendelvelden met fantastische markt op woensdag en veel lekkere winkels.
Dit artikel is gepubliceerd in En France 3-2008. Let op: prijzen, adressen en openingstijden kunnen sindsdien veranderd zijn.
Fotografie Laurent Giraudou
TOEREN IN EEN DEUCHE
De eerste kennismaking verloopt niet zo romantisch als verwacht. Bij het instappen blijft m’n korte broek haken en scheurt meedogenloos open, van boven naar beneden. Na een haastige verkleedpartij zoek ik dekking op de voorbank, maar de knalrode 2CV heeft een tweede verrassing. Een gloeiend hete zitting brandt mijn benen, want de auto stond in de volle zon op ons te wachten. Op weg dan maar. De versnellingspook lijkt onlogisch en sturen gaat zwaar. Na tien minuten schokkend en krakend rijden waait m’n geliefde pet af, die door het open dak voorgoed in de Provençaalse velden verdwijnt.
Maar eenmaal onderweg lijkt de Eend er toch zin in te krijgen. De 2CV snort als een tevreden dikke, rode kater over de landwegen. Dankzij het open dak ruiken we de lavendel al voordat we nog maar één plantje zien. We horen het eigenaardige geknor van de bijeneter al voordat we het felgekleurde vogeltje langs zien zweven. Dit begint ergens op te lijken. Af en toe landt er een insect in ons oog en mijn haar zit al na de eerste kilometer in een vogelverschrikkercoupe, maar die vrije wind om je oren zorgt ook voor een gevoel van totale ontspanning.
Het routeboek laat ons stoppen in Gordes, maar waarschuwt wel voor veel andere bezoekers. Achter de schilderachtige façade van dit dorp, dat beschouwd wordt als een van de mooiste van Frankrijk, hebben inderdaad te keurige restaurants, te veel souvenirwinkels en Engelssprekende makelaars de kruideniers verdrongen. Bovendien moet je er betalen om te parkeren. Dit is geen plek waar een rammelende 2CV zich thuis voelt. Doorrijden dus naar Isle-sur-la-Sorgue, het beroemde antiekdorp waar 250 handelaren oude meubels, stoffen, opgezette uilen, Ricardkannetjes en andere vondsten van Franse zolders verkopen. Stof prikkelt je neus en de donkere winkeltjes prikkelen je fantasie.
Slingerweggetjes brengen ons verder naar een stil dorp waar de postbode ons toezwaait en waar we abrupt moeten remmen voor een slapende hond, midden in de hoofdstraat. De clichématige Zuid-Franse ansichtkaart komt hier tot leven. We drinken er een ijskoude menthe à l’eau naast een familie die zich aan het voorbereiden is op haar zondagse lunch. De mannelijke leden van het gezelschap hebben al goedkeurend naar de Eend gewezen en staan op het punt zich om te draaien voor een autopraatje. Dan begint de sirene voor de vrijwillige brandweer te loeien. Het hele terras luistert gespannen hoe vaak. “Als ’ie één keer gaat, is er iemand in de problemen.” De sirene gilt nog een keer. “Ah! Un accident!” En nog een keer: “Ah! Drie keer, dan is er bosbrand. Het begint vroeg dit jaar.” Maar de sirene blijft loeien. Verwarring alom. “Il est en panne?” “C’est la guerre?” wordt geopperd. “Mais non, een pompier uit ons dorp is net getrouwd,” roept de ober door het geloei heen. Ah! Bien sûr!
Als Eendbestuurder kom je twee typen soortgenoten tegen. De inzittenden van een glimmende, gerestaureerde Eend beginnen een wild feest van herkenning: toeteren, met de lichten knipperen en enthousiast zwaaien. Minder vaak passeer je een Eend zoals hij eigenlijk hoort: stoffig, verschoten, verontrustend gammel en bestuurd door een oudere boer die met zijn neus bijna op het stuur voor zich uit tuurt en niet begrijpt waarom die malloten naar hem zwaaien.
Tussen de dorpen, op weggetjes van vroeger, verschijnt de zomerse Provence op haar best. Links lavendel, rechts balen hooi en gele bloemen die naar honing ruiken. Geen airco, geen TomTom, geen stuurbekrachtiging. Maar ook geen haast en geen getoeter van auto’s achter ons, want de Eend is in Frankrijk een beetje heilig. Iedereen weet dat hij niet hard kan. We worden ingehaald met een glimlach en soms zelfs met opgestoken duim.
De 2CV van Citroën werd zestig jaar geleden geboren en was bedoeld voor stoere plattelandbewoners die er eieren in een mand mee moesten kunnen vervoeren over ruig land. Twee boeren en vijftig liter wijn of een schaap moesten erin passen. Z’n uiterlijk was niet belangrijk, dat hij goedkoop en zuinig was wel. Het werd een soort paraplu op wieltjes. Een journalist noemde hem ‘het lelijke eendje’ van Citroën en sindsdien heet hij zo in Nederland. De Belgen noemen hem ‘het wippertje’ en om onduidelijke reden ook ‘de geit’. De Fransen hielden het op 2CV dat staat voor deux chevaux vapeur (twee stoompaarden), de Franse maateenheid voor de wegenbelasting. De echte liefhebbers noemen ‘m echter deuche. Het werd de auto van plattelandsdokters, postbodes en kunstenaars die er in de beginjaren ter promotie gratis in mochten rijden. Het eendje werd zo populair dat er een wachtlijst ontstond. In 1990 werd de laatste gemaakt en sindsdien zijn de prijzen gestegen tot zo’n 15 duizend euro voor een perfect gerestaureerd exemplaar; de prijs voor het stillen van een verlangen naar vroeger.
In Sault slaan we een picknick in. Het dorp steekt hoog boven lavendelweiden uit en heeft opvallend weinig toeristen voor zoveel charme en lavendel, en opvallend veel fantasierijke bakkers en slagers. Kleurige noga, kazen, lavendelkoeken en fotogeniek bungelende worsten sieren de etalages. Op de parkeerplaats rent een glunderende Fransman op ons af. “Quelle belle deuche!” Zijn witte baardje wipt mee op zijn enthousiasme. Hij loopt om de auto heen en streelt hem liefdevol. “Solide comme un roc.” Hij maakt een paar foto’s. Als jonge vader had hij een 2CV. “Kinderen op elkaar proppen op de achterbank en dan de heuvel op scheuren. De ideale overgeefauto. Toen de auto met pensioen ging, schroefden m’n kinderen de banken los en gebruikten ze ze als stoel in hun studentenkamers. Dat was cool. Tegenwoordig is de Eend een gevaar op de weg of hij is zo mooi opgeknapt dat hij alleen te betalen is voor stadsyuppen. Als je bedenkt dat het de eerste Franse auto voor het gewone volk was, is dat wel gek. Maar ja, la deuche is een belangrijk deel van het Franse erfgoed dus het is goed dat hij op deze manier bewaard blijft.” Als we wegrijden, roept hij ons nog iets na, maar we verstaan hem niet door het gebrom van de motor, dat net als dat van de Harley Davidson en de Duitse Kever onmiskenbaar is.
Het ene perfecte picknickveldje na het andere duikt op. Aan de kant van de weg zien we een halfvergaan reclamebord en een wankel tafeltje met lavendelolie en -honing. De bijbehorende boer ligt onder een boom te slapen. Hij krabbelt overeind, hijst z’n broek op en wiebelt samen met zes blaffende honden naar ons toe. “Alors, c’est les vacances?” roept hij en wijst naar de auto. We kopen een minipotje lavendelhoning voor de woekerprijs van 7 euro. De schuld van onze glimmende cultauto? Hij steekt zijn hand uit. “En graag een euro voor een pastis. Die heb ik nog niet gehad vandaag.” We geven het hem. Als dank somt hij op: “Lavendel verdrijft wormen, werkt kalmerend, verlaagt de bloeddruk.” En dan heeft hij geen zin meer. “Hier, lees maar.” Hij drukt ons een verfomfaaid blaadje met lavendeluitleg in de hand. “Lavendel kan toveren, madame! Het is voor alles goed.” Hij aarzelt even. “Mag ik misschien een stukje met u meerijden naar het dorp voor mijn pastis?” Hij grijnst alle vier minuten lang die hij achterin met ons mee wiebelt.
We rijden de hele rit met blote voeten. Staand plukken we kersen vanuit het open dak. Het cliché ‘vrijheid met je haren in de wind’ klopt. De Eend symboliseert een levensstijl die misschien wel die van het oude Frankrijk is. Na de strubbelingen bij onze kennismaking hebben we vriendschap gesloten met onze deuche. Wat lijken eigenlijk alle moderne auto’s afschuwelijk veel op elkaar. Na een paar dagen Eend voelt de airco prettig in de logische, gemakkelijke maar zo saaie eigen auto. Maar het ontspannen hippiegevoel is weg. Dat is achtergebleven in de verende stoelen van de Eend.
Met een Eend door de Provence
Huureeneend.nl, opgericht door de Nederlanders Rien Tilstra en Mark Hukema, organiseert in Zuid-Frankrijk tochten met een Lelijke Eend, hét symbool van het Franse platteland. De ontdekkingsreis van acht dagen door de mooiste delen van de Provence is zorgvuldig samengesteld. De routes zijn pittoresk en leiden langs interessante bezienswaardigheden. Alles komt voorbij: stille en drukke dorpen, rotspartijen en bossen, slaperige velden, kloosters, musea en winkeltjes. Maar ook een dag luieren aan een zwembad past in het programma. De afstanden variëren van zestig tot 125 kilometer per dag. Onderweg verblijf je in sfeervolle hotels of chambres d’hôtes die al voor je gereserveerd zijn. De 2CV staat klaar bij het eerste hotel. Behalve een picknickmand en koelbox ligt er in de Eend een gedetailleerd routeboek met kaarten, tips en informatie over de streek: markten, goede restaurants, wandelingen en bezienswaardigheden. Zie www.huureend.nl.
Onze dagtocht voerde langs:
- Murs. Prettig ontoeristisch, onbedorven klein dorp met een kasteel.
- Roussillon. Bekend om de spectaculaire voormalige okergroeve, waar je doorheen kunt wandelen, en de schitterende okerkleurige huizen.
- Isle-sur-la-Sorgue. Eén en al brocante: het op één na grootste antiekdorp van Frankrijk.
- Fontaine de Vaucluse. Mooi, maar toeristisch dorp met een indrukwekkend museum over het verzet van de Fransen in de Tweede Wereldoorlog en een mysterieuze bron waarvan men de oorsprong niet kent.
- Gordes. Meest toeristische plek van de streek, vol kunstgaleries en goede restaurants, met fantastisch mooie ligging,
- Le village des bories. Gehucht van stenen hutten uit de veertiende tot de negentiende eeuw. In de bories die als woning werden gebruikt, kun je zien hoe de boeren en herders leefden: gaten in de muren deden dienst als kasten.
- de abdij van Sénanque. Een van de mooiste cisterciënzer kloosters van Zuid-Frankrijk.
- Venasque. Hooggelegen dorp met veel charme en mooie torens.
- Gorges de Nesque. Prachtige, woeste kloof met diepe afgronden
- Sault. Mooi dorp tussen de lavendelvelden met fantastische markt op woensdag en veel lekkere winkels.
Dit artikel is gepubliceerd in En France 3-2008. Let op: prijzen, adressen en openingstijden kunnen sindsdien veranderd zijn.









