Eetfeest in de Limousin

12 september 2011 12:59
De Fransen weten het al langer: voor authentieke producten waar nog smaak aan zit moet je in de Limousin zijn. Een landbouwgebied zoals vroeger, met koeien en kalfjes in de wei, waar zelfs van tripes (pens) een culinair feest wordt gemaakt. Vijf redenen voor een bezoek aan deze mooie regio die naast lekker eten nog veel meer te bieden heeft.

Beeld Marie José Jarry


1.Ieder jaar, op de derde vrijdag van oktober, ziet de anders zo rustige Rue de la Boucherie in Limoges zwart van de mensen. Duizenden bezoekers schuifelen tijdens het feest Les Petits Ventres, ook wel Fête de la Triperie genoemd, langs de verschillende kraampjes waar slagers hun specialiteiten hebben uitgestald. Je kunt er vleeswaren in alle soorten en maten kopen zoals tripes, animelles, fraises de porc en petits ventres. Om misverstanden te verkomen: dit zijn pens, lamsballetjes, ingewanden en lamspootjes omwikkeld met lamspens. Fransen zijn er gek op, Nederlanders moeten ze nog leren eten.



2.Niet alleen de kraampjes, maar ook de hoge vakhuizen in de straat zijn een bezienswaardigheid. In de achttiende eeuw, toen er tientallen porseleinovens in Limoges waren, werden ze wit gepleisterd tegen het brandgevaar. Maar het wit werd al snel grijs. Een slagersvrouw besloot het pleisterwerk te laten verwijderen en wat bleek? De houten balken van het vakwerk gaven het huis een prachtige aanblik. Het duurde niet lang of de andere huiseigenaren in de straat volgden haar voorbeeld.

3.Dat vlees zo populair is in de regio is niet zo verwonderlijk. De Limousin heeft niet alleen een eigen schapenras (mouton limousin) en eigen varkens (cul noir) maar ook eigen runderen, de welbekende limousin. De runderen werden oorspronkelijk gebruikt als trekdieren, maar vormen sinds de vorige eeuw een vleesras, met mals maar mager vlees.

4. Over het landschap van de Limousin liggen prachtige dorpjes uitgestrooid, waarvan enkele niet voor niets op het lijstje van les plus beaux villages de France prijken. Een daarvan is Collonges-la-Rouge, karakteristiek dankzij de rode zandsteen waarmee het versterkte dorpje is gebouwd. De zeskantige torens met wenteltrappen dateren uit de zestiende eeuw. Het dorp Curemonte, in het zuiden van de Corrèze, kijkt uit over de valleien van de Sourdoire en de Maumont. Twee van de drie kastelen die het dorp rijk is, Saint-Hilaire en Plas, waren ooit het eigendom van Bel-Gazou, de dochter van schrijfster Colette. In 1940 verbleef Colette er zelf enkele weken en ze noemde het dorp in haar Journal à Rebours. De herenhuizen dateren uit de zestiende eeuw.



5.Wie van water en watersport houdt kan zich in de Limousin uitleven. Talrijke waterwegen doorkruisen de regio en er zijn verschillende meren. Zoals het Lac du Causse, aan de voet van de dorpen Lissac en Chasteaux, een favoriete plek onder roeiers. Langs het meer ligt een wandelroute van zo’n zeven kilometer. Droge heidegebieden, nat grasland en bosrijke bergen vormen het decor tijdens een wandeling om het meer van Saint-Pardoux. Het telt drie stranden en biedt gelegenheid aan verschillende watersporten, zoals waterskiën, windsurfen en waterfietsen. Het grootste meer van de regio is dat van Vassivière dat zich uitstrekt over duizend hectare. De 45 kilometer lange oevers zijn beplant met sparren, berken en beuken. Voor de stuwdam en de waterkrachtcentrale van Mazet moest in 1950 de vallei van de Maulde onder water worden gezet. Acht gehuchten gingen kopje onder met het omvangrijke meer als resultaat. Daar middenin ligt het eilandje Ile de Vassivière, waar je de vuurtoren kunt beklimmen voor een weids uitzicht.

Lees meer over de Limousin in het najaarsnummer van En France 2011, vanaf pagina 18.


Share |